Reisgids

Ellen
Reisgids

City/town information

Het schitterende dorpje Blokzijl kenmerkt zich door gezelligheid en watersport. Statige huizen rondom de havenkolk herinneren aan een rijk verleden. De Bierkade en Brouwersgracht wijzen naar de vele brouwerijtjes die hier gevestigd waren. In de kleine smalle straatjes rondom de havenkolk vind je nog vele Rijksmonumenten uit de Gouden Eeuw. Langs de kades van Blokzijl staan hoogwaterkanonnen, zij werden afgevuurd bij hoog water en dreiging van overstroming. In de nacht van 4 op 5 februari 1825 brak, bij springtij en storm, de zeedijk door. De waarschuwing van de hoogwaterkanonnen kwam te laat. Bij de sluis van Blokzijl staat een klein beeld van een vrouw met een mand etenswaren onder haar arm, gemaakt door Guus Hellegers. Volgens de legende runde een vrouw genaamd Kaatje in beging 18e eeuw daar een herberg. Kaatje deed zaken met kooplieden van de Oost-Indische Compagnie (VOC) en daardoor de beschikking over buitenlandse kruiden en vruchten. Kaatje werd beroemd om haar gerechten waarvan ze de recepten geheim hield. Kaatje bleef haar hele leven alleen, wachtend op haar jeugdliefde, een stuurman van de koopvaardij. Toen Kaatje 60 jaar oud was werd ze beroofd en toegetakeld dat ze het niet heeft overleefd. De daders, die Kaatjes receptenboeken hebben meegenomen, zijn nooit opgepakt. Op de plaats waar eens Kaatjes herberg stond, vind je tegenwoordig het beroemde sterrenrestaurant “Kaatje bij de sluis”.
33 lokalinvånare rekommenderar
Blokzijl
33 lokalinvånare rekommenderar
Het schitterende dorpje Blokzijl kenmerkt zich door gezelligheid en watersport. Statige huizen rondom de havenkolk herinneren aan een rijk verleden. De Bierkade en Brouwersgracht wijzen naar de vele brouwerijtjes die hier gevestigd waren. In de kleine smalle straatjes rondom de havenkolk vind je nog vele Rijksmonumenten uit de Gouden Eeuw. Langs de kades van Blokzijl staan hoogwaterkanonnen, zij werden afgevuurd bij hoog water en dreiging van overstroming. In de nacht van 4 op 5 februari 1825 brak, bij springtij en storm, de zeedijk door. De waarschuwing van de hoogwaterkanonnen kwam te laat. Bij de sluis van Blokzijl staat een klein beeld van een vrouw met een mand etenswaren onder haar arm, gemaakt door Guus Hellegers. Volgens de legende runde een vrouw genaamd Kaatje in beging 18e eeuw daar een herberg. Kaatje deed zaken met kooplieden van de Oost-Indische Compagnie (VOC) en daardoor de beschikking over buitenlandse kruiden en vruchten. Kaatje werd beroemd om haar gerechten waarvan ze de recepten geheim hield. Kaatje bleef haar hele leven alleen, wachtend op haar jeugdliefde, een stuurman van de koopvaardij. Toen Kaatje 60 jaar oud was werd ze beroofd en toegetakeld dat ze het niet heeft overleefd. De daders, die Kaatjes receptenboeken hebben meegenomen, zijn nooit opgepakt. Op de plaats waar eens Kaatjes herberg stond, vind je tegenwoordig het beroemde sterrenrestaurant “Kaatje bij de sluis”.
Het mooie van De Pol is dat niks moet, alles mag. De verhalen zijn optioneel. Dus fiets, flaneer, geniet van wat je onderweg ziet en neem mee wat van je gading is. Een brok cultuurhistorie hier, een lesje geologie daar, een stukje kunst en ambacht en tuinen vol groene genoegens om op adem te komen. Al die belevenissen zijn tot een kluwen samengebald in die kleine, schilderachtige oase. De buurtschap op het snijvlak van Friesland en Overijssel heeft wel iets van Engelse landschapsromantiek. Kijk die entree; gelijk een oprijlaan, omzoomd door eiken. Als het seizoen is losgebarsten meandert de landweg langs groene weiden waar paarden loom hun kostje grazen. Dan zien de velden geel van boterbloemen. Rafelige levensverhalen Een heerlijke uithoek voor lanterfanters van elk pluimage. Maar dat is wel eens anders geweest. Aan het rafelige levensverhaal van honderden joodse kolonisten die hier vanaf 1820 werden gestationeerd en er hun schamele kost verdienden, kleeft geen zweem van romantiek. Een bescheiden stukje niemandsland onder de rook van Willemsoord, de naar Prins van Oranje vernoemde kolonie III in de Maatschappij van Weldadigheid. Daar had de joodse gemeenschap haar eigen getto. Karige bedoeninkjes waren het in een langzaam uitdijende enclave met eigen religieuze tradities en waarden. Op “de pol”, de Jodenhoek, verrijst een eigen sjoel (gebedshuis), wordt een badhuis gebouwd en opent een schooltje de deuren. Tussen omstreeks 1830 en 1890 is sprake van een behoorlijke gemeenschap. In totaal zo’n vijfhonderd mannen, vrouwen en kinderen leven er door de decennia heen. De kolonisten blijven nooit lang op hun “pol”, dat lapje grond onder het regime van generaal Johannes van den Bosch. De motivatie is nihil. Economische perspectieven zijn er nauwelijks. Er wordt volop gedeserteerd, bewoners krijgen ontslag of trekken uit vrije wil verder, voortdurend op doorreis naar een beter bestaan. Steeds vaker zoeken de joden hun heil weer in de grote stad, in het Westen. Complete families trekken weg. Tot uiteindelijk de synagoge wordt afgebroken, het badhuis uit beeld verdwijnt en de school tegen de vlakte gaat. Twee oorlogsdrama’s Het dagelijkse leven in die Jodenhoek van kolonie III is volledig weggepoetst in de tijd. Wat van die zeven decennia kolonisatie resteert, is nog een enkele verwijzing in De Pol: zoals het “Joden- veentje”, een beschutte plas met een steiger eraan. En één enkele zerk op de joodse begraafplaats die zich innig omarmd weet door een kordon van beuken. De kleine en de grote is daar, staat daarop in het Hebreeuws te lezen, en de knecht vrij van z’n Heer. Wrang genoeg biedt datzelfde polletje land pakweg een halve eeuw later opnieuw beschutting aan dezelfde doelgroep. Gevluchte joden vinden hier, in het bosrijke grensgebied, geregeld onderdak tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een woelige tijd in deze contreien. In de landerijen rond Willemsoord bevinden zich nog de crashsites van geallieerde toestellen. Tot twee keer toe schoten Duitse jagers op deze plek een Engelse bommenwerper uit de lucht. In de zomer van 1940 stortte een vliegtuig neer in een weiland. De plaatselijke bevolking zorgde toen dat de piloot, boordschutter en navigator met militaire waardigheid werden begraven op Vredehof in Willemsoord. Een mooi plekje, verscholen in de schaduw van eeuwenoude beuken en kastanjes. Al zolang het koloniedorp Willemsoord bestaat, wordt hier ook ter aarde besteld. Twee jaar later, in het najaar van ’42, sneuvelden nog eens vijf jonge Britse vliegers. Die zaterdagmiddag suisde een tweemotorige Wellington brandend uit de lucht en boorde zich in het boerenland. Niemand van de bemanning overleefde de crash. Voor alle acht knapen, helden uit het luchtruim, richtte Willemsoord vorig jaar een eigen monument op. Twee flinke keien voor twee fatale vluchten. Ze vormen nu onderdeel van een recreatieve fiets- en wandelroute door dit gebied. Zwervers uit de ijstijd Andere “reisverhalen” dateren van veel langer geleden, 180.000 tot 130.000 jaar terug in de tijd. Ze getuigen van een uitzonderlijke landreis. Een eindje buiten de buurtschap, praktisch ingeklemd tussen snelweg en spoorlijn, wacht een unieke zwerfstenenverzameling. De keien van geologisch monument Wolterholten zijn afkomstig uit het Saalien, de voorlaatste ijstijd. Oprukkende gletsjerijsmassa’s vormden tot diep in ons land stuwwallen, zoals hier, op de westflank van de Woldberg. De stenen kwamen pas eind jaren tachtig letterlijk aan het licht, bij de aanleg van de snelweg A32. Diverse keien kregen toen een tweede leven in particuliere tuinen, in kunstwerken en ze werden bijvoorbeeld gebruikt voor de grensmarkering tussen Friesland en Overijssel. Van 143 zwerfstenen creëerde Rijkswaterstaat uiteindelijk dit geologisch monument. Wie geïnteresseerd is naar de precieze herkomst van de landreizigers: alle stenen – de gletsjerkrassen zijn nog zichtbaar - hebben een nummer met tekst en uitleg.
De Pol
Het mooie van De Pol is dat niks moet, alles mag. De verhalen zijn optioneel. Dus fiets, flaneer, geniet van wat je onderweg ziet en neem mee wat van je gading is. Een brok cultuurhistorie hier, een lesje geologie daar, een stukje kunst en ambacht en tuinen vol groene genoegens om op adem te komen. Al die belevenissen zijn tot een kluwen samengebald in die kleine, schilderachtige oase. De buurtschap op het snijvlak van Friesland en Overijssel heeft wel iets van Engelse landschapsromantiek. Kijk die entree; gelijk een oprijlaan, omzoomd door eiken. Als het seizoen is losgebarsten meandert de landweg langs groene weiden waar paarden loom hun kostje grazen. Dan zien de velden geel van boterbloemen. Rafelige levensverhalen Een heerlijke uithoek voor lanterfanters van elk pluimage. Maar dat is wel eens anders geweest. Aan het rafelige levensverhaal van honderden joodse kolonisten die hier vanaf 1820 werden gestationeerd en er hun schamele kost verdienden, kleeft geen zweem van romantiek. Een bescheiden stukje niemandsland onder de rook van Willemsoord, de naar Prins van Oranje vernoemde kolonie III in de Maatschappij van Weldadigheid. Daar had de joodse gemeenschap haar eigen getto. Karige bedoeninkjes waren het in een langzaam uitdijende enclave met eigen religieuze tradities en waarden. Op “de pol”, de Jodenhoek, verrijst een eigen sjoel (gebedshuis), wordt een badhuis gebouwd en opent een schooltje de deuren. Tussen omstreeks 1830 en 1890 is sprake van een behoorlijke gemeenschap. In totaal zo’n vijfhonderd mannen, vrouwen en kinderen leven er door de decennia heen. De kolonisten blijven nooit lang op hun “pol”, dat lapje grond onder het regime van generaal Johannes van den Bosch. De motivatie is nihil. Economische perspectieven zijn er nauwelijks. Er wordt volop gedeserteerd, bewoners krijgen ontslag of trekken uit vrije wil verder, voortdurend op doorreis naar een beter bestaan. Steeds vaker zoeken de joden hun heil weer in de grote stad, in het Westen. Complete families trekken weg. Tot uiteindelijk de synagoge wordt afgebroken, het badhuis uit beeld verdwijnt en de school tegen de vlakte gaat. Twee oorlogsdrama’s Het dagelijkse leven in die Jodenhoek van kolonie III is volledig weggepoetst in de tijd. Wat van die zeven decennia kolonisatie resteert, is nog een enkele verwijzing in De Pol: zoals het “Joden- veentje”, een beschutte plas met een steiger eraan. En één enkele zerk op de joodse begraafplaats die zich innig omarmd weet door een kordon van beuken. De kleine en de grote is daar, staat daarop in het Hebreeuws te lezen, en de knecht vrij van z’n Heer. Wrang genoeg biedt datzelfde polletje land pakweg een halve eeuw later opnieuw beschutting aan dezelfde doelgroep. Gevluchte joden vinden hier, in het bosrijke grensgebied, geregeld onderdak tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een woelige tijd in deze contreien. In de landerijen rond Willemsoord bevinden zich nog de crashsites van geallieerde toestellen. Tot twee keer toe schoten Duitse jagers op deze plek een Engelse bommenwerper uit de lucht. In de zomer van 1940 stortte een vliegtuig neer in een weiland. De plaatselijke bevolking zorgde toen dat de piloot, boordschutter en navigator met militaire waardigheid werden begraven op Vredehof in Willemsoord. Een mooi plekje, verscholen in de schaduw van eeuwenoude beuken en kastanjes. Al zolang het koloniedorp Willemsoord bestaat, wordt hier ook ter aarde besteld. Twee jaar later, in het najaar van ’42, sneuvelden nog eens vijf jonge Britse vliegers. Die zaterdagmiddag suisde een tweemotorige Wellington brandend uit de lucht en boorde zich in het boerenland. Niemand van de bemanning overleefde de crash. Voor alle acht knapen, helden uit het luchtruim, richtte Willemsoord vorig jaar een eigen monument op. Twee flinke keien voor twee fatale vluchten. Ze vormen nu onderdeel van een recreatieve fiets- en wandelroute door dit gebied. Zwervers uit de ijstijd Andere “reisverhalen” dateren van veel langer geleden, 180.000 tot 130.000 jaar terug in de tijd. Ze getuigen van een uitzonderlijke landreis. Een eindje buiten de buurtschap, praktisch ingeklemd tussen snelweg en spoorlijn, wacht een unieke zwerfstenenverzameling. De keien van geologisch monument Wolterholten zijn afkomstig uit het Saalien, de voorlaatste ijstijd. Oprukkende gletsjerijsmassa’s vormden tot diep in ons land stuwwallen, zoals hier, op de westflank van de Woldberg. De stenen kwamen pas eind jaren tachtig letterlijk aan het licht, bij de aanleg van de snelweg A32. Diverse keien kregen toen een tweede leven in particuliere tuinen, in kunstwerken en ze werden bijvoorbeeld gebruikt voor de grensmarkering tussen Friesland en Overijssel. Van 143 zwerfstenen creëerde Rijkswaterstaat uiteindelijk dit geologisch monument. Wie geïnteresseerd is naar de precieze herkomst van de landreizigers: alle stenen – de gletsjerkrassen zijn nog zichtbaar - hebben een nummer met tekst en uitleg.
Wie vanuit Ossenzijl het fiets- of wandelpad neemt komt terecht in het hart van de rietcultuur. Het Kalenberger riet is bekend in binnen- en buitenland. Talloze bruggetjes domineren Kalenberg. Sommige mag de watersporter zelf bedienen, andere zijn uitneembaar. Langs de Hoogeweg staan hans-en-grietje huisjes waar vroeger het leven van de turfsteker en zijn gezin afspeelde. Ook staan er nog enkele typisch Noord-Nederlandse watermolens die vroeger talrijk waren, een tjasker en een spinnenkopmolen. Naast de Spinnenkopmolen staan er vele tjaskers. Daarvan stonden er vroeger tientallen. Ze waren verplaatsbaar en werden opgezet in het gebied waar op dat moment turf werd gegraven. Lange tijd was Kalenberg, midden in de Weerribben, de enige bewoonde buurt tussen de ‘weren’, de vaarten tussen de smalle stroken land (ribben) die door de vervening ontstonden. Een deel van het dorp is alleen over water te bereiken. Na de turfmakerij was visserij en rietteelt de inkomstenbron van veel Kalenbergers. Het riet wordt nog steeds gesneden, en nog steeds beschouwd als het beste van Europa voor het dekken van rietdaken.
11 lokalinvånare rekommenderar
Kalenberg
11 lokalinvånare rekommenderar
Wie vanuit Ossenzijl het fiets- of wandelpad neemt komt terecht in het hart van de rietcultuur. Het Kalenberger riet is bekend in binnen- en buitenland. Talloze bruggetjes domineren Kalenberg. Sommige mag de watersporter zelf bedienen, andere zijn uitneembaar. Langs de Hoogeweg staan hans-en-grietje huisjes waar vroeger het leven van de turfsteker en zijn gezin afspeelde. Ook staan er nog enkele typisch Noord-Nederlandse watermolens die vroeger talrijk waren, een tjasker en een spinnenkopmolen. Naast de Spinnenkopmolen staan er vele tjaskers. Daarvan stonden er vroeger tientallen. Ze waren verplaatsbaar en werden opgezet in het gebied waar op dat moment turf werd gegraven. Lange tijd was Kalenberg, midden in de Weerribben, de enige bewoonde buurt tussen de ‘weren’, de vaarten tussen de smalle stroken land (ribben) die door de vervening ontstonden. Een deel van het dorp is alleen over water te bereiken. Na de turfmakerij was visserij en rietteelt de inkomstenbron van veel Kalenbergers. Het riet wordt nog steeds gesneden, en nog steeds beschouwd als het beste van Europa voor het dekken van rietdaken.
Wie van Friesland naar Overijssel vaart of andersom, komt door Ossenzijl, gelegen aan de rand van het Nationaal Park Weerribben-Wieden. In de zomermaanden is het gezellig druk. Al het bootverkeer passeert de Ossenzijler Brug van en naar de Friese meren. Het Buitencentrum is het perfecte startpunt voor excursies in de wonderschone natuur van het Nationaal Park. Gelegen op een tweesprong van een verkenning van Nationaal Park Weerribben-Wieden aan de ene kant en aan de andere kant Friesland met haar grote meren. In de zomermaanden is het gezellig druk. Al het bootverkeer passeert de Ossenzijler Brug van en naar de Friese meren. Het was eeuwenlang een belangrijk knooppunt van waterwegen. Net als in de rest van de streek leefde de bevolking van de vervening. De afgegraven turf werd vanuit Ossenzijl verder het land in getransporteerd. Nu leeft de bevolking hoofdzakelijk van riettteelt en landbouw.
Ossenzijl
Wie van Friesland naar Overijssel vaart of andersom, komt door Ossenzijl, gelegen aan de rand van het Nationaal Park Weerribben-Wieden. In de zomermaanden is het gezellig druk. Al het bootverkeer passeert de Ossenzijler Brug van en naar de Friese meren. Het Buitencentrum is het perfecte startpunt voor excursies in de wonderschone natuur van het Nationaal Park. Gelegen op een tweesprong van een verkenning van Nationaal Park Weerribben-Wieden aan de ene kant en aan de andere kant Friesland met haar grote meren. In de zomermaanden is het gezellig druk. Al het bootverkeer passeert de Ossenzijler Brug van en naar de Friese meren. Het was eeuwenlang een belangrijk knooppunt van waterwegen. Net als in de rest van de streek leefde de bevolking van de vervening. De afgegraven turf werd vanuit Ossenzijl verder het land in getransporteerd. Nu leeft de bevolking hoofdzakelijk van riettteelt en landbouw.
Paasloo is een langgerekt dorp. Het ligt op ongeveer 7 meter hoogte op een stuwwal die in de ijstijd is ontstaan. Naast de natuurlijke stuwwal zijn er houtwallen die door de bewoners zijn aangelegd. Houtwallen zijn aarden dijken met dichtbegroeide struiken om het grazend vee binnen te houden, als een levend prikkeldraad.
Paasloo
Paasloo is een langgerekt dorp. Het ligt op ongeveer 7 meter hoogte op een stuwwal die in de ijstijd is ontstaan. Naast de natuurlijke stuwwal zijn er houtwallen die door de bewoners zijn aangelegd. Houtwallen zijn aarden dijken met dichtbegroeide struiken om het grazend vee binnen te houden, als een levend prikkeldraad.
De botermarkt en de biggenmarkt waren ooit de trekkers van dit van oudsher bedrijvige dorp. De drukste dag van het jaar in Oldemarkt is Hemelvaartsdag. Tienduizenden kooplustigen bezoeken dan de lambertusmarkt. Het dorp heeft prachtige gevels, en gezellige winkels. Een opvallend pand is het Veerhuis uit 1823 aan het Mallegat, de plaatselijke haven. De pelgrimsroute Jabikspaad doet het levendige Oldemarkt ook aan! Tot omstreeks 1900 werd in Oldemarkt een van de belangrijkste boter- en veemarkten in de provincie gehouden. Tegen dat roemrijke handelsverleden schurkt zicht nog het markante veerhuis uit 1821, rijksmonument ‘op de kop’ van ’t Mallegat. De jaarlijkse Lambertusmarkt herinnert aan die illustere status. Nu is Oldemarkt een halteplaats op doorreis voor bedevaartgangers. Zij volgen het spoor van de Jacobsschelp op hun etappe van Sint-Jacobiparochie naar Hasselt. De Sint Willibrordkerk overspant het dorpshart. Wees vooral welkom, van welk gezindte ook.
Oldemarkt
De botermarkt en de biggenmarkt waren ooit de trekkers van dit van oudsher bedrijvige dorp. De drukste dag van het jaar in Oldemarkt is Hemelvaartsdag. Tienduizenden kooplustigen bezoeken dan de lambertusmarkt. Het dorp heeft prachtige gevels, en gezellige winkels. Een opvallend pand is het Veerhuis uit 1823 aan het Mallegat, de plaatselijke haven. De pelgrimsroute Jabikspaad doet het levendige Oldemarkt ook aan! Tot omstreeks 1900 werd in Oldemarkt een van de belangrijkste boter- en veemarkten in de provincie gehouden. Tegen dat roemrijke handelsverleden schurkt zicht nog het markante veerhuis uit 1821, rijksmonument ‘op de kop’ van ’t Mallegat. De jaarlijkse Lambertusmarkt herinnert aan die illustere status. Nu is Oldemarkt een halteplaats op doorreis voor bedevaartgangers. Zij volgen het spoor van de Jacobsschelp op hun etappe van Sint-Jacobiparochie naar Hasselt. De Sint Willibrordkerk overspant het dorpshart. Wees vooral welkom, van welk gezindte ook.
Is het gehucht Muggenbeet zo genoemd omdat het maar een muggenbeet klein is of zitten hier zoveel muggen aan het water waardoor een bewoner dit zo noemde vanwege de vele muggenbeten die hij telkens weer moest verduren? Niets van dit. Muggenbeet is een verbastering van het Oudsaksische mücken beecke, wat kleine beek betekent. Muggenbeet ligt tussen de moerassen van de Weerribben en De Wieden en telt ongeveer 25 vaste inwoners. De naam 'Muggenbeet' heeft niets te maken met de beet van een mug, ondanks dat tijdens de zomer deze insecten best lastig kunnen zijn. De naam van dit buurtschap is een verbastering van Mucken Beecke, dit is Oudsaksisch voor kleine beek. Vroeger stroomde hier een beekje als zijarm van de Steenwijker Aa. Nu staat Muggenbeet bekent om het Hotel Restaurant 'Geertien' waar men nog de gemoedelijke sfeer aantreft van vervlogen tijden. Vroeger was Muggenbeet een pleisterplaats voor turfmakers, vissers, jagers en rietsnijders.
Muggenbeet
Is het gehucht Muggenbeet zo genoemd omdat het maar een muggenbeet klein is of zitten hier zoveel muggen aan het water waardoor een bewoner dit zo noemde vanwege de vele muggenbeten die hij telkens weer moest verduren? Niets van dit. Muggenbeet is een verbastering van het Oudsaksische mücken beecke, wat kleine beek betekent. Muggenbeet ligt tussen de moerassen van de Weerribben en De Wieden en telt ongeveer 25 vaste inwoners. De naam 'Muggenbeet' heeft niets te maken met de beet van een mug, ondanks dat tijdens de zomer deze insecten best lastig kunnen zijn. De naam van dit buurtschap is een verbastering van Mucken Beecke, dit is Oudsaksisch voor kleine beek. Vroeger stroomde hier een beekje als zijarm van de Steenwijker Aa. Nu staat Muggenbeet bekent om het Hotel Restaurant 'Geertien' waar men nog de gemoedelijke sfeer aantreft van vervlogen tijden. Vroeger was Muggenbeet een pleisterplaats voor turfmakers, vissers, jagers en rietsnijders.

Råd om din stad

Ta sig runt

Busverbinding in Willemsoord

In Willemsoord, wat ca. 3 kilometer van ons vakantiepark is gelegen is een busverbinding naar Steenwijk en Wolvega. Zowel in Wolvega als Steenwijk is een treinstation.
Ta sig runt

Fietsen huren is mogelijk

Het is een schitterende omgeving en uiteraard kunt u fietsen huren. Hiervoor kunt u onderstaande website raadplegen: http://www.rijwielshopsteenwijk.nl/
Förslag på packning

Neem wandelschoenen mee

Er is veel bos in de omgeving. het is dan ook het meest ideaal om fijne stappers mee te nemen. Vanwege het grindpad op ons vakantiepark is een hogere hak niet erg comfortabel. Kom je in de herfst of voorjaar bij ons verblijven dan is het ook heerlijk om een paar regenlaarzen mee te nemen. In het bos is veel te ontdekken, maar wanneer het nat weer is geweest dan is de bodem van het bos soms wat drassig.
Resa med barn

Zwembad voor kinderen

Ons zwembad is een openluchtbad en geopend van mei tot en met september jaarlijks. Er is onderscheid tussen het volwassen bad en kinderbad. Het zwembad is omheind, neem voor kinderen die geen zwemdiploma hebben een veilig zwemvestje of bandjes mee en houdt zelf toezicht met zwemmen van de kleintjes!
Sedvanor och kultur

Snelheid op ons vakantiepark is 5km per uur

Op ons vakantiepark is het belangrijk om rustig te rijden dit in verband met de grindpaden en het opspatten van het grind. Ook zijn we een kinderrijk park en vinden we dat veiligheid erg belangrijk is. Rijd dus niet harder dan 5KM per uur. Dank voor de medewerking!